ACEA Modal Shift

25034
2025
Deze studie herbekijkt de relevantie van het modal-shiftbeleid in een snel veranderend goederenvervoersysteem dat wordt gevormd door nieuwe technologieën. TML onderzocht onderbouwde, modusneutrale beleidskeuzes die vertrekken vanuit wat in de praktijk werkt en op lange termijn duurzaam blijft.


Nu zero-emissievrachtwagens steeds vaker worden ingezet, is het aangewezen om de rol van het modal-shiftbeleid in het Europese goederenvervoer opnieuw te evalueren. In plaats van een verschuiving tussen vervoersmodi als doel op zich te beschouwen, pleitte deze studie voor een meer evenwichtige, datagedreven en mode-neutrale aanpak. Een robuuste koolstofbeprijzing, doelgericht beleid en slimme investeringen zijn daarbij cruciaal om te komen tot een duurzaam, efficiënt en veerkrachtig goederenvervoersysteem in Europa.

Op basis van literatuurstudie, data-analyse en interviews met experten uit de transportsector onderzocht deze studie of de traditionele onderbouwing van het Europese modal-shiftbeleid nog standhoudt in een snel veranderende technologische context. Decennialang stimuleerde het Europese transportbeleid een verschuiving van wegvervoer naar spoor en binnenvaart om de duurzaamheid te verbeteren. In de praktijk leidde dit echter slechts tot beperkte veranderingen in de wijze waarop goederen worden vervoerd: ondanks langdurige doelstellingen, regelgeving en investeringen bleef de verwachte verschuiving in goederenstromen grotendeels uit, wat vragen oproept over de effectiviteit van deze strategieën vandaag.

Het onderzoeksteam kwam tot een aantal kernbevindingen:
  • Ontwikkeling van de modal split: wegvervoer blijft dominant, terwijl spoor en binnenvaart de voorbije drie decennia marktaandeel verloren. Spoorvervoer groeide wel licht in volume, maar niet in hetzelfde tempo als het totale goederenvervoer. De binnenvaart kende een daling in zowel volume als marktaandeel.
  • Kostenstructuren: bij spoorvervoer vormen kapitaalkosten de belangrijkste kostenpost, terwijl personeelskosten domineren in het wegvervoer. Energiekosten zijn voor beide modi de op een na belangrijkste factor. De overstap naar zero-emissievrachtwagens zal naar verwachting de totale eigendomskost (TCO) van wegvervoer verlagen, doordat lagere energiekosten de hogere investeringskosten meer dan compenseren.
  • Externe kosten en duurzaamheid: zero-emissievrachtwagens verminderen de klimaat-, luchtvervuilings- en geluidseffecten aanzienlijk, waardoor het milieukundige verschil met spoorvervoer sterk verkleint.
  • Infrastructuur en beleidseffectiviteit: Europese investeringen gingen voornamelijk naar spoorinfrastructuur, maar hun impact wordt vaak beperkt door operationele knelpunten, een gebrek aan overslagterminals en zwakke grensoverschrijdende samenwerking. Modal-shiftdoelstellingen bleken bovendien vaak onrealistisch en onvoldoende afgestemd op marktontwikkelingen. Ook ondersteuningsmaatregelen zijn geregeld complex en kennen een lage benutting.
  • Technologische evolutie: digitalisering, automatisering en artificiële intelligentie hertekenen het goederenvervoer. Zero-emissievrachtwagens en autonoom rijden zullen de concurrentiekracht van het wegvervoer verder versterken. Spoorvervoer blijft de meest energie-efficiënte modus, maar zal moeten inzetten op systeemverbeteringen, zoals verkeersmanagement, digitale integratie en betrouwbare dienstverlening, om competitief te blijven.

Samen met partner Panteia formuleerde het TML-onderzoeksteam de volgende beleidsaanbeveling: modal shift mag geen doel op zich zijn. Het beleid moet zich in plaats daarvan richten op een eerlijke beprijzing van externe kosten voor alle vervoersmodi en op het mogelijk maken van marktgedreven keuzes die zowel efficiëntie als duurzaamheid ondersteunen.

Periode

2025

Opdrachtgever

ACEA

Partners

Panteia

Ons team

Tim Breemersch, Bart Ons, Stef Proost
© 2026 Transport & Mobility Leuven | Westsite: Online Oplossingen en Webdesign