ICEWIN

8.19
Van 2009 tot 2012
De nood aan ijsbreekdiensten hangt af van vele factoren, zoals de ernst van de winter, de wind, de technische kenmerken van de schepen en de frequentie van het verkeer. Bijgevolg en mede door de beperkte ijsbrekervloot is er heel wat variatie in dienstverlening. Soms dienen schepen een aantal dagen wachten op een ijsbreker. In de huidige situatie ondermijnt dit de concurrentiepositie van de landen rond de noordelijke Oostzee ten opzichte van andere EU-lidstaten.

In het ICEWIN project, gefinancierd door de Europese Commissie, onderzochten we hoe het niveau van deze dienstverlening verbeterd kan worden.
Hierbij de voornaamste resultaten van dit onderzoek:

- Als we kijken naar de winternavigatie van de hele Golf van Finland dan wordt de bestaande capaciteit van de ijsbreekdiensten niet efficiënt gebruikt
- Door middel van nieuwe types van overeenkomsten kan het niveau van de dienstverlening verbeterd worden, zelfs met de huidige middelen
- De kenmerken van de bestaande commerciële vloot spelen een cruciale rol in het bepalen van de noodzaak tot ijsbreken.
TML analyseerde het effect van een strenge ijswinter, ervan uitgaande dat er niet voldoende ijsbrekers zijn. Voor landen als Zweden, Finland, Estland, enz. is de Oostzee belangrijk voor het vervoer, zowel voor hun import als export. Als de ijsbreekdiensten zouden belemmerd worden of zelfs gestopt worden als gevolg van schaarse middelen, dan zou dit ernstige gevolgen hebben voor de economie van de landen rond de Oostzee. De analyse van TML was gericht op het effect van onderbroken zeevervoer op:

- de import en export van goederen
- het prijsniveau
- het verbruik
- de productie-activiteiten
Onze belangrijkste opdracht was de ontwikkeling van een methode om deze effecten in te schatten met behulp van het algemeen-evenwichtsmodel EDIP. Gezien de locatie en het aandeel van de maritieme import en export vonden we het grootste effect op het BBP van Finland. Voor Polen en Litouwen is het effect op het BBP eerder beperkt. Wat betreft de prijzen zien we dat de veranderingen sterk variëren tussen verschillende soorten goederen. Algemeen zien we dat de binnenlandse prijs van de meeste lokaal geproduceerde en uitgevoerde goederen daalt aangezien de exportbeperkingen het aanbod in het land verhoogt. De prijzen van de meeste geïmporteerde goederen stijgen.

This project has received funding from the European Union’s Seventh Framework Programme for research, technological development and demonstration under grant agreement no 234104

Periode

Van 2009 tot 2012

Opdrachtgever

Europese Commissie, FP7

Partners

VTT (FI) - (Coördinator), Hama Investeeringud (EST), Aker Arctic Technology (FI)

Ons team

Eef Delhaye, Christophe Heyndrickx
© 2019 Transport & Mobility Leuven | Westsite: Online Oplossingen en Webdesign

TML gebruikt cookies om uw surfervaring op deze website gemakkelijker te maken.

Ok, ik accepteer cookies