Waardebepaling van een Fonds voor Lokale Ontwikkeling in Dessel
Berekening van een fonds dat de nadelen, veroorzaakt door de bouw van een nucleaire berging in Dessel, moet compenseren
In de gemeente Dessel plant NIRAS (Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen) de bouw van een nieuwe berging voor laagradioactief kernafval. Bij monde van de partnerschappen STORA en MONA hebben de gemeentes Dessel en Mol een aantal bijkomende voorwaarden opgelegd om de levenskwaliteit van de omwonenden te behouden. Eén van deze voorwaarden is het opzetten van een fonds voor lokale ontwikkeling, dat als compensatie dient voor de mogelijke ongemakken van de site.
Om tot een waardering te komen van een bepaalde toestand, is een vergelijking
nodig met een andere toestand. In de eerste fase werden de toestand met en
zonder berging beschreven, daarbij uitgaand van een maximaal, maar nog
realistisch verloop in de periode 2008-2058. Als optimale toestand voor de
situatie zonder berging werd de ontwikkeling van een KMO-zone op het voor de
berging bestemde domein genomen. Een optie waar dit terrein een villawijk zou
worden is tevens onderzocht, maar dit bleek geen hogere waardering te geven.
Vervolgens werd gekeken naar de mogelijke methodes om tot een waardering te
komen. Er werd geconcludeerd dat men best alle effecten individueel kon
oplijsten omwille van haalbaarheid en transparantie.
De geïdentificeerde effecten zijn, in volgorde van belangrijkheid:
- Reductie van afstand tot het werk voor inwoners van Mol en Dessel door creatie van arbeidsplaatsen vlakbij
- Daling van de gemeente-inkomsten
- Gezondheidseffecten
- Congestie- en infrastructuurkosten
De laatste 2 posten nemen niet meer dan 2% van het totaal voor hun rekening.
Subjectieve effecten opnemen is beschouwd, maar er werd geen indicatie gevonden
van hun aanwezigheid.
Er werd ook gekeken naar meer realistische ontwikkelingsscenario’s, waaruit
bleek dat de kans dat de aanwezigheid van de berging een voordeel oplevert voor
de gemeentes groter is dan vice versa. Er werd echter gestreefd naar een
berekening van een maximale minimumcompensatie, waardoor de scenariokeuze in die
richting werd gedraaid.
In een tweede deel van de studie is tenslotte besproken hoe men het kapitaal van het fonds voor lokale ontwikkeling kon opbouwen, met bespreking van de risico’s voor fondsbeheerder en financierder.
rapporten
periode
2008-2010
opdrachtgever
Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS)
partners
Stef Proost (K.U.Leuven)
medewerkers
Tim Breemersch
contact
Tim Breemersch
+32 16 74.51.23
